Naar hoofdinhoud
PRODENDAKennisinfrastructuur

Situatie

Inwerken kost lang omdat de kennis niet klaarligt

Een nieuwe medewerker leert het vak meestal doordat een collega tijd vrijmaakt om het uit te leggen. Dat werkt, tot die collega het druk heeft, met verlof is, of vertrekt. De vraag is welk deel van het inwerken die afhankelijkheid niet meer nodig heeft.

Type moment
Instroom
Doelgroep
Nieuwe medewerkers
Kernvraag
Wat hoort waar

01Het patroon

Onboarding die stopt bij de goodwill van vandaag

In veel organisaties bestaat onboarding uit een introductiedag, een systeemaccount en een collega die bereid is vragen te beantwoorden. Dat laatste onderdeel is vaak het belangrijkste en tegelijk het minst geborgde: het hangt af van wie er toevallig naast de nieuwe medewerker zit, hoeveel tijd die persoon heeft, en of die persoon zelf goed kan uitleggen wat hij of zij intuïtief doet.

Wanneer die collega een drukke periode heeft, ziek is of het team verlaat, valt de onboarding stil op precies de onderdelen die niet in een handboek staan. Dat is niet per se een teken dat er te weinig is vastgelegd; het is een teken dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen wat structureel expliciet moet zijn en wat terecht via mensen loopt.

02Twee soorten kennis

Inwerkkennis versus institutionele kennis

01
Inwerkkennis
Praktische vaardigheden en gewenning die iemand opbouwt door te doen, zoals routine en tempo in een taak.

Hoort bij begeleiding

02
Institutionele kennis
Vastgestelde werkwijzen, uitzonderingen en beslisregels die de organisatie als geldend beschouwt, ongeacht wie ze uitlegt.

Hoort expliciet

03
Sociale kennis
Wie je voor wat aanspreekt, hoe het team onderling communiceert.

Hoort bij begeleiding

04
Uitzonderingsregels
Wanneer van de standaardprocedure mag worden afgeweken en onder welke voorwaarden.

Hoort expliciet

03Waar het misgaat

Wanneer institutionele kennis via goodwill loopt

Het risico ontstaat wanneer beslisregels die eigenlijk voor iedereen hetzelfde zouden moeten gelden, per collega anders worden uitgelegd. De ene begeleider vertelt de nieuwe medewerker dat een uitzondering altijd moet worden gemeld, de andere vertelt dat het meestal niet nodig is. Beide varianten zijn misschien ooit ergens vandaan gekomen, maar zonder een vastgestelde, toegankelijke bron wordt de nieuwe medewerker afhankelijk van wie toevallig heeft ingewerkt.

Dat is een ander probleem dan trage onboarding: het is een sluipend verschil in werkwijze tussen medewerkers die allemaal denken dat ze de regel goed hebben geleerd. Pas bij een incident, een audit of een klacht wordt zichtbaar dat er nooit één geldende versie is geweest.

04Wat expliciet, wat niet

Verdeling tussen vastleggen en begeleiden

Geschikt startpunt

Hoort expliciet vastgelegd

  • Beslisregels en uitzonderingen die voor iedereen gelijk moeten gelden
  • Verplichte controlemomenten en wie daarvoor bevoegd is
  • Kennis die anders alleen via één specifieke collega beschikbaar is

Nog niet klaar

Hoort bij begeleiding en oefening

  • Handigheid en tempo in een routinetaak
  • Sociale gewoontes binnen het team
  • Persoonlijke werkstijl van een begeleider, mits deze niet in strijd is met de vastgestelde werkwijze

05In de praktijk

Vragen die bij dit onderscheid opkomen

Is dit niet gewoon een uitgebreider handboek?
Nee: het gaat om het aanwijzen van een bron die geldt als de institutionele versie, met een status, niet om het volschrijven van meer documenten.
Wie bepaalt wat institutioneel is?
De vakinhoudelijk verantwoordelijke beslist welke regel geldend is; de rol van een kennissysteem is die keuze zichtbaar en vindbaar te maken voor wie inwerkt.
Wat als begeleiders het onderling oneens zijn?
Dat verschil is precies het signaal dat een regel institutioneel gemaakt moet worden in plaats van overgelaten aan individuele uitleg.

06Effect op de organisatie

Onboarding als signaal van bredere kennisborging

Een onboarding die dit onderscheid maakt, is meteen een test voor de rest van de organisatie: als een nieuwe medewerker vijf verschillende antwoorden krijgt op dezelfde vraag, dan bestaat dat verschil ook al voor ervaren medewerkers, alleen valt het daar minder op. Onboarding werkt dan als vroege waarschuwing voor plekken waar kennis nooit institutioneel is vastgesteld.

Dit is geen pleidooi om alle begeleiding te vervangen door documentatie. Het is een pleidooi om de kennis die niet van persoon mag afhangen, ook niet van een persoon te laten afhangen, zodat begeleiding overblijft voor wat begeleiding het beste kan: iemand op weg helpen in het vak, niet de organisatie uitleggen aan zichzelf.

→Zelf beginnen

Start gratis met KOS.

Bouw uw eerste kennisdomein op en doorloop de volledige kenniscyclus.

→Kennislaag

Alle onderwerpen in het kennisoverzicht.

Elk thema staat op zichzelf: het probleem, de sector of het moment waarop kennis wordt vastgesteld.