Knowledge Operating System
Security en privacy: expliciete kennis vraagt expliciete bescherming.
Zodra kennis vindbaar wordt, verdwijnt de bescherming die versnippering onbedoeld gaf. Daarom is beheersing onderdeel van het ontwerp, niet een aanvulling erop.
01Uitgangspunten
Beheersing als structuurkenmerk.
- Classificatie bij de bron
- Elke uitspraak krijgt bij vastlegging een vertrouwelijkheidsniveau. Zonder niveau geen ontsluiting.
- Least privilege
- De standaard is minimale toegang. Uitbreiding is een besluit met eigenaar en reden.
- Controlled disclosure
- Wat een model of agent te zien krijgt, is een expliciete keuze die technisch wordt afgedwongen.
- Smallere agentrechten
- Autonome processen krijgen een eigen, beperkter profiel dan de gebruiker die ze inzet.
- Logging en herleidbaarheid
- Welke kennis is bevraagd en gebruikt, door wie of wat, en op welk moment.
- Retentie en archief
- Verouderde kennis wordt historisch, niet verwijderd, zodat eerdere besluiten uitlegbaar blijven.
02Privacy bij extractie
Kennisinterviews gaan over werk, niet over personen.
In de kennislaag horen beslisregels, voorwaarden, uitzonderingen en context. Er horen geen persoonsdossiers, prestatiebeoordelingen of persoonlijke aantekeningen over collega's in.
Wel wordt vastgelegd wie een uitspraak heeft gedaan of vastgesteld — als herkomstinformatie, niet als beoordeling. Dat onderscheid is essentieel voor het vertrouwen waarop extractie steunt.
Waar bronnen persoonsgegevens bevatten, wordt kennis geabstraheerd van de casus: de regel blijft, het individuele geval gaat niet mee.
03Praktische consequenties
Wat dit betekent voor implementatie.
Classificatieafspraken en toegangsmodel worden vastgesteld voordat kennis wordt ontsloten. In de praktijk betekent dit dat de eerste ontsluiting bewust beperkt is: één domein, één doelgroep, volledige logging — en pas daarna uitbreiding.