Naar hoofdinhoud
PRODENDAKennisinfrastructuur

Norm & audit

De kennisvragen die een interne audit hoort te stellen

Interne audits stellen over kennis vaak alleen de vraag of documenten bestaan; de vragen die er echt toe doen gaan over herkomst, validatie en afhankelijkheid van individuen.

Type
Auditinstrument
Doelgroep
Interne auditoren
Gebruik
Voorbereiding en afname audit

01Het probleem met standaardvragen

Waarom veelgebruikte auditvragen te weinig opleveren

Een veelgebruikte auditvraag is: 'kunt u de procedure voor dit proces laten zien?' Die vraag wordt vrijwel altijd bevestigend beantwoord, want organisaties zorgen ervoor dat er een procedure ligt voordat de auditor langskomt. De vraag toetst het bestaan van een document, niet of de kennis in dat document actueel is, gedragen wordt en daadwerkelijk wordt gebruikt bij afwijkingen van de standaardsituatie.

Een interne audit die zich beperkt tot het aanwezig zijn van documentatie, mist het onderdeel van de norm dat over kennis gaat als functionerend geheel: kennis die beschikbaar is wanneer nodig, die onderhouden wordt, en die niet uitsluitend bij één persoon berust. Om dat te toetsen zijn andere vragen nodig dan de vraag naar het bestaan van een stuk papier.

02Vraagset één

Vragen over herkomst en eigenaarschap van kennis

Wie heeft deze kennis voor het laatst inhoudelijk gecontroleerd, en wanneer?
Een concreet antwoord met naam en periode wijst op eigenaarschap; een antwoord als 'dat staat er al lang' wijst op afwezigheid van onderhoud.
Als deze persoon vandaag zou vertrekken, wie kan deze vraag dan nog beantwoorden?
Kan de geïnterviewde een tweede naam noemen, dan is er spreiding; kan hij dat niet, dan is er een aantoonbare afhankelijkheid.
Waar komt deze werkwijze oorspronkelijk vandaan: voorschrift, ervaring of improvisatie?
Een helder onderscheid tussen deze drie bronnen laat zien dat de organisatie haar eigen kennis begrijpt; een vaag antwoord duidt op vermenging zonder reflectie.

03Vraagset twee

Vragen over gebruik en afwijkingen

Wat doet u als de standaardprocedure niet past op de situatie voor u?
Een goed antwoord beschrijft een escalatiepad of een expliciete afwijkingsregel; een zwak antwoord beschrijft persoonlijke improvisatie zonder terugkoppeling.
Wanneer heeft u deze instructie voor het laatst daadwerkelijk geraadpleegd?
Recente en concrete raadpleging duidt op een levend document; een antwoord dat neerkomt op 'nooit, ik ken het uit mijn hoofd' duidt op impliciete kennis zonder geborgde back-up.
Is er een moment geweest waarop deze instructie fout bleek te zijn?
Een concreet voorbeeld met wat daarna is aangepast, toont een lerend systeem; ontkenning van elk incident is zelden geloofwaardig en meestal een teken van niet-gemelde afwijkingen.

04Antwoorden wegen

Sterk versus zwak antwoord naast elkaar

01
Sterk antwoord
Concreet, met naam, datum en verwijzing naar een controleerbare bron.
02
Zwak antwoord
Algemeen, zonder eigenaar, verwijzend naar 'zo doen we dat hier altijd'.

Signaal voor vervolgvraag

03
Vals sterk antwoord
Verwijst naar een document dat wel bestaat maar niet wordt geraadpleegd of onderhouden.

Vraag door naar laatste gebruik

04
Eerlijk zwak antwoord
Erkent expliciet dat kennis bij één persoon zit; waardevoller dan een ontwijkend antwoord.

05Van vraag naar bevinding

Hoe je een kennisrisico correct formuleert als bevinding

Een bevinding over kennis moet net als elke andere auditbevinding specifiek, verifieerbaar en herleidbaar zijn tot een norm- of procesvereiste. 'Kennisborging is onvoldoende' is te vaag om op te volgen. Beter is een formulering die het proces, de betrokken kennis en het waargenomen risico benoemt: bijvoorbeeld dat de kennis om een specifieke storing te verhelpen alleen aantoonbaar aanwezig is bij één technicus, zonder vastgelegd alternatief.

Een bevinding wint aan gewicht wanneer hij het onderscheid maakt tussen een documentatiegebrek en een kennisrisico. Het eerste is met een schrijfactie op te lossen; het tweede vraagt een besluit over wie de kennis overdraagt, aan wie, en hoe die overdracht wordt geverifieerd. Auditoren die dit onderscheid in hun bevindingen aanbrengen, geven de organisatie een bruikbaarder stuurmiddel dan een generieke afwijking.

06Wat een goede kennisaudit oplevert

Uitkomsten die verder gaan dan een afvinklijst

  • Een overzicht van kennisconcentratie

    Zichtbaar welke processen op één persoon leunen zonder geborgd alternatief.

    Controleerbaar: Vastgelegd per proces, niet alleen per afdeling

  • Onderscheid tussen documentgebrek en kennisrisico

    Bevindingen die aangeven of een schrijfactie volstaat of dat overdracht nodig is.

  • Input voor de directiebeoordeling

    Concrete signalen die als agendapunt kunnen dienen bij het management.

07Kort perspectief

Waar dit instrument bij aansluit

Deze vraagsets zijn bedoeld als hulpmiddel voor auditoren zelf; ze vervangen geen kennisoperatiesysteem, maar leveren wel het soort waarnemingen dat zo'n systeem nodig heeft om kennisrisico's systematisch in kaart te brengen in plaats van incidenteel bij een audit.

→Zelf beginnen

Start gratis met KOS.

Bouw uw eerste kennisdomein op en doorloop de volledige kenniscyclus.

→Kennislaag

Alle onderwerpen in het kennisoverzicht.

Elk thema staat op zichzelf: het probleem, de sector of het moment waarop kennis wordt vastgesteld.